De Gids. Jaargang (1895) p. 575:
De liefde van een Oude Jongejuffrouw.
Een ongeluk met een rijtuig, waardoor een bijzonder mooie Française met een verstuikten voet op een Hollandsch dorp in een eenvoudig, ouderwetsch Hollandsch gezin wordt opgenomen en daar, zich voor weduwe uitgevend, het hoofd van een student in de theologie op hol maakt; een poging tot vergiftiging door een brave, godvruchtige ‘oude jongejuffrouw’ op de genoemde Française gedaan met het doel om den student, haar pleegkind, te redden; eene nachtelijke ontvluchting van den theologant met de Française, die later blijkt nog in het bezit van een wettigen echtgenoot, den vicomte de Mongelas, te zijn; het optreden van een vreemdeling, een veramerikaanschten Nederlander, die op een warmen zomerdag aan het Lago maggiore in den verliefden theoloog zijn zoon herkent, maar vruchtelooze pogingen doet om dezen aan zich en aan zijn fortuin te verbinden, - op deze en dergelijke verrassende voorvallen en merkwaardige gebeurtenissen kan de lezer van ‘An old maiden's love’ zich voorbereiden en vergasten.
Maarten Maartens heeft zich door een reeks romans, waarvan de eerste-‘The sin of Joost Avelingh’, in dertijd met weinig geestdrift in deze rubriek werd aangekondigd, in Engeland een naam gemaakt. Het portret van den verengelschten Nederlander stond eenige weken geleden in The Graphic en bij die gelegenheid kon men lezen dat de gevierde schrijver een redacteur van het Engelsch weekblad op de merkwaardige mededeeling had onthaald, dat in geen land van de beschaafde wereld de literatuur zoo weinig in tel is als in Holland. Wij herinneren ons niet, of er bij stond, dat Maarten Maartens dáárom zijn moedertaal den rug toegekeerd heeft en aan het Engelsch het voorrecht gunt om tot voertuig van zijn gedachten te dienen.
‘Van zijn gedachten’? Nu, aan oorspronkelijke, verrassende gedachten (of het moesten die over de waardeering van literatuur in Holland zijn) gaat de schrijver van ‘An old maiden's love’ zich niet te buiten. Dit verhaal, waarin een enkel aardig type meer geschetst dan geteekend wordt - wat ware er van Suzanna Varelkamp niet nog veel meer te maken geweest! - en waarvan de meeste personages eer karikaturen dan karakters heeten mogen, wordt wel nu en dan door wijze opmerkingen onderbroken, de schrijver doet wel af en toe pogingen om zijn helden of heldinnen zielkundige overdenkingen en beschouwingen in den mond of in het hoofd te leggen, maar tot veel anders dan tot het nog langdradiger maken van het reeds zeer gerekt verhaal, dient dit alles niet.
Voor den Engelschen lezer moge het Hollandsch milieu, waarin de schrijver grootendeels zijn romans laat spelen, er een bijzondere aantrekkelijkheid aan geven, waar voor Hollandsche lezers het bijzondere van die aantrekkelijkheid vervalt, blijft er, naar dezen en den vorigen roman te oordeelen - de overige kunnen meesterstukken zijn - weinig anders over dan heel gewone leesgezelschappen-en geillustreerdetijdschriften-romans, waarvan er twaalf in het dozijn gaan.

